Survivalhike 18 December 2016
Omdat we altijd al vroeg op pad gaan hebben we eerst een hike gemaakt in het donker, in de schemer is de kans ook het grootst om reeën, wilde zwijnen en vossen te spotten. Maar vandaag helaas niet, dit komt waarschijnlijk omdat we de wind in onze rug hadden. Hierdoor wordt onze menselijke geur over een groot gebied verspreid, maar verse sporen van ree en wild zwijn zijn er genoeg te vinden. Als je deze sporen volgt en bestudeert krijg je ook een aardig idee wat deze dieren allemaal uitvoeren.

Om een hike tot een goed einde te volbrengen is het belangrijk dat je allerlei kennis en skills beheerst, enkele van deze skills hebben we dan ook maar weer eens geoefend.

Zo komen er jaarlijks mensen in de problemen omdat ze tijdens een meerdaagse hike niet goed zijn voorbereid op het weer. In de bergen en het hoge noorden kan het weer in de zomer ineens omslaan, waardoor de zomerjas of de slaapzak ineens veel te koud is geworden voor de lage temperaturen. In zo'n geval kun je met behulp van wat de natuur je bied, de isolatiewaarde van je jas of slaapzak opwaarderen.

Voor ons experiment hebben wij een regenjas met binnenvoering gebruikt, aan de bovenzijde maak je met je mes een snee in de binnenvoering, vervolgens hebben we lisdodden geplukt. Door de lisdodden te twisten komen de pluizige zaadjes los. We stoppen de jas vol met lisdodde pluis, om de jas volledig te vullen heb je honderden lisdodden nodig. Als de jas volledig gevuld is met de donzige lisdoddenpluis sluiten we de snee met naald en draad, heb je dit niet bij je gebruik dan veiligheidspelden of een stuk ijzerdraad. Je zult voorstelt staan hoe veel warmer de jas geworden is.

Reis je door afgelegen gebied dan wil je ook weten welke (roof)dieren je hoort, door je handen achter je oren te houden zullen je oren meer geluiden opvangen.

Tijdens een hike ontkom je er vaak niet aan dat je een rivier moet oversteken om op koers te blijven, een rivieroversteek kan gevaarlijk zijn en moet daarom altijd zorgvuldig gepland worden. Om erachter te komen of de rivier niet te snel stroomt kun je de stroomsnelheid meten. De stroomsnelheid dien je altijd te meten in een recht stuk van de rivier. Markeer één punt op de over van de rivier, markeer ook een tweede punt op 10 meter (10 grote passen) stroomafwaarts. Vervolgens loop je weer stroomopwaarts en gooi je een tak of ander drijvend voorwerp een meter voor het eerste punt in het water. Op het moment dat je tak het eerste markeringspunt passeert begin je de secondes te tellen, intussen loop je naar het tweede markeringspunt. Op het moment dat het takje het tweede markeringspunt passeert stop je met tellen.

Wij hadden onvoldoende ruimte om 10 passen uit te zetten en hebben daarom een meettraject van 5 passen aangehouden. Er geldt wel hoe langer het meettraject hoe nauwkeuriger de berekening. De rivier waarvan wij de snelheid wilden bepalen had een stroomsnelheid van 10 seconden over 5 meter dat is dus 0,5 meter per seconden.
Een uur heeft 60 minuten van 60 seconden dat is 3600 seconden. Dus als we willen weten hoeveel km per uur het water in de rivier stroomt moeten we 0,5m/s vermenigvuldigen met 3600 seconden. Dat is dan 1800 meter per uur = 1,8km/u

Om de meting nauwkeuriger te maken herhalen we de meting.

Er zijn niet echt gegevens beschikbaar over de maximum stroomsnelheid voor het doorwaden van een rivier, maar ik zou het risico niet nemen als de stroomsnelheid van het water meer dan 1m/s bedraagt.
(c) 2016 by woodcraftsurvival.com