Knopen, steken en sjorringen
Als je in een survivalsituatie terecht bent gekomen dan heb je waarschijnlijk niet de middelen en de luxe die je thuis hebt. Veel gebruiksvoorwerpen kun je improviseren, hiervoor is het beheersen van een aantal basisknopen, steken en sjorringen van groot belang.

Je kunt bijvoorbeeld met behulp van touw en een aantal takken een noodrugzak maken. Hieronder zie je de meest gebruikte knopen, steken en sjorringen. Zorg dat je deze allemaal beheerst.

Halve steek,

wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat een touw niet uit je handen glijdt, of als extra blokkering op andere knopen.

Achtknoop,

wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat een touw niet uit je handen glijdt, of als extra blokkering op andere knopen.

Paalsteek,

wordt gebruikt als niet schuivende lus. Denk hierbij aan het vastzetten van scheerlijnen aan de tent.

Marine paalsteek,

kan voor dezelfde doeleinden gebruikt worden als de gewone paalsteek. Het enige verschil is dat het eindje niet aan de binnenzijde van de lus ligt maar erbuiten.
Achtlus,

wordt veel gebruikt door klimmers. Om hun klimgordel rechtstreeks aan het klimtouw te bevestigen. Hele betrouwbare lus.

Platte knoop,

wordt gebruikt om twee touwen van gelijke dikten aan elkaar te verbinden.

Schootsteek,

wordt gebruikt om twee touwen van verschillende diktes aan elkaar te verbinden.

Dubbele schootsteek,

Het verschil met de gewone schootsteek zit hem in de extra wikkeling rond het andere touw.

Je gebruikt de dubbele schootsteek om te voorkomen dat het touw losschiet van het andere.
Timmersteek,

wordt gebruikt voor kruissjorringen en om houten palen te verslepen.

Prussikknoop,

Wordt veel gebruikt door klimmers, de knoop glijd gemakkelijk als hij loszit. Maar zit erg vast als er een zijwaartse druk op komt te staan.

Mastworp,

wordt gebruikt om een touw aan een paal vast te maken, denk hierbij aan diversen sjorringen.

Constrictorknoop,

wordt net als de mastworp ook gebruikt om een touw aan een paal vast te maken. Een constrictorknoop zit veel strakker vast dan een mastworp. In sommige gevallen is de constrictorknoop niet meer los te krijgen en moet het touw worden losgesneden.
De basissjoringen
Vorksjorring, Verbinden van twee palen, die je later in een Vork neerzet.
Begin met een mastworp, wikkel 7 slagen om de palen heen. Maak dan 3 woelingen en eindig met een mastworp.
Driepootsjorring,

Verbinden van 3 palen, die je later in een driepoot neerzet.

Begin hier met een mastworp op de eerste paal, eindig met een mastworp op de derde paal.

Diagonaalsjorring,

hiermee kun je twee palen die elkaar kruisen met elkaar verbinden.

Begin met een timmersteek om beide palen heen. Trek de timmersteek stevig aan totdat beide palen elkaar raken. Maak 3 slagen dwars op de timmersteek (fig. a) maak daarna 3 slagen gelijk aan de timmersteek (fig. b). Maak daarna 3 woelingen door het touw om de voorgaande slagen tussen de palen te slaan (fig. c). Eindig nu met een mastworp.

Kruissjorring

Je gebruikt de kruissjorring bij palen die elkaar kruisen, ook al staan ze niet loodrecht op elkaar. Een goed gemaakte kruissjorring is sterk en betrouwbaar.

Je begint de kruissjorring met een mastworp. Deze moet een deel van de druk kunnen opvangen. In het voorbeeld komt de druk van boven en beginnen we dus met de mastworp onder de horizontale balk. (fig. a)

Nu maak je drie slagen. Op de horizontale paal komen de slagen aan de buitenkant van de eerste slag te liggen, op de verticale paal komen de slagen juist aan de binnenkant van de eerste slag (van de mastworp) te liggen. (fig.b en fig. c)

Nadat je drie slagen hebt gemaakt ga je woelen. Dit doe je met 3 slagen. (fig.d, fig. e en fig. f)

Nu werk je de sjorring af met een mastworp. Let erop dat je ook daadwerkelijk een goede mastworp maakt en ook dat je hem direct aan het einde van de sjorring legt. (fig. g, fig. h en fig. i)

Als laatste werk je het overige touw netjes weg.