Eetbare planten van West Europa

Waarschuwing!!! Hieronder vind u een aantal planten die voorkomen in West Europa. Deze planten zijn geheel of gedeeltelijk eetbaar, dit kan afhangen van het jaargetijde. Eet deze alleen als u zeker weet dat deze eetbaar zijn, en als u ze ook voor 100% als eetbaar heeft geïdentificeerd. Sommige giftige planten lijken op eetbare. Woodcraftsurvival.com kan op geen enkele wijze aansprakelijk gesteld worden voor verkeerde of onkundige handelingen.

De Brandnetel, is een overblijvende plant die 30 tot 150cm hoog wordt.

Te vinden in bossen, langs wegen, hagen en bij gebouwen.

De lentescheuten en jonge zomerblaadjes laten sudderen. Het koken zal de brandharen vernietigen. Kan gebruikt worden voor thee en soep.

Brandnetels zijn rijk aan vitamine C.

De Paarse dovenetel, is een eenjarige plant die 10 tot 40cm hoog wordt. De stengel is duidelijk vierkant en kan bovenin paars gekleurd zijn. De bladeren zijn hartvormig, getand rond puntig. (de bladeren lijken op die van een brandnetel). De bloemen worden 1 tot 2 cm groot en zijn roze tot paars.

De bloeitijd is van februari tot september. In zachte weersomstandigheden kan de paarse dovenetel het hele jaar bloeien.

De paarse dovenetel vind je op schaduwrijke plaatsen met een vochtige grond zoals bermen en parken.

Pluk de bladeren bij voorkeur als de bloemen zijn uitgekomen, eet de bladeren rauw of kook ze 10 minuten.

De dovenetel veroorzaakt in tegenstelling tot de brandnetel geen irritatie bij aanraking.

De Witte dovenetel, is een overblijvende plant die tot 60 cm hoog kan worden. De stengel is duidelijk vierkant en hol van binnen. De bladeren zijn getand en aan de onderzijde zijn de bladeren hartvormig, bovenin zijn de bladeren langwerpig.

De bloeitijd is van april tot augustus, er komen dan witte bloemen die 2 tot 4 cm groot zijn in een kransvorm rond de stengel.

Je vind de witte dovenetel in Europa, Azië en Noord Amerika langs bosranden, dijken en in wegbermen.

De dovenetel veroorzaakt in tegenstelling tot de brandnetel geen irritatie bij aanraking.

De bloem van de dovenetel is rijk aan nectar, en daardoor populair bij bijen en hommels.

Verwerk de jonge scheuten in salades en soepen. Je kunt de dovenetel ook als spinazie eten.

Thee gemaakt van de witte dovenetel wordt aanbevolen bij mensen met nierklachten. Dit geld overigens niet voor de gele dovenetel.

De hondsdraf, is een meerjarige kruipende plant. Uit knolletjes ontstaan dunne 30 tot 80cm lange stengels. De stengels richten zich alleen in de bloeiregio op tot een hoogte van ca 20cm.

Het blad is tegenoverstaand, glanzend groen, gekarteld en vrijstaand. Soms zijn de bladeren roodachtig doorgelopen.

Hondsdraf bloeit van maart tot juni met blauwe of paars-blauwe bloemen die in een schijnkrans staan.

Je kunt hondsdraf door geheel Europa vinden in weides, ooibossen, haagranden en op braakliggend terrein.

Hondsdraf heeft een fijne kruidensmaak en is daarom goed to te voegen aan soepen of sausen.

Hondsdraf is een geneeskrachtige plant die gebruikt wordt op wonden en tegen jeuk. Het werkt goed tegen de jeuk die je oploopt na zontact te hebben gehad met een brandnetel. Het mooie hiervan is dat ze vaak in de buurt van elkaar groeien.

Vogelmuur, is een eenjarige plant, met losse scheutjes van 5-40 cm lang. Te herkennen aan de eivormige bladeren. Er loopt een rei enkele haren langs de stengel. Er komen witte bloemetjes, met vijf bloembladeren die tot de bladbasis ingesneden zijn. Deze lijken op miniatuursterren.

Het hele jaar te vinden in heel Europa, in tuinen op bouwland en bermen.

Jonge planten groeien vanaf de herfst, deze vormen een uistekende groene salade die rijk is aan vitamine C smaakt enigszins bitter. Smaakt ook goed als gekookte groente en muur is lekker in de soep.

Smalle weegbree, is een vaste plant met een korte wortel en een wortelrozet. De bladeren zijn recht, lancetvormig en lopen met drie tot zeven nerven naar het midden toe.

Komt voor in velden en tuinen, bloeit van mei tot september.

Verzamel jonge bladeren in de lente voordat zich bloemstengels ontwikkeld hebben. De planten herstellen zich snel, zodat het mogelijk is ze meerdere keren te plukken. Bevat veel vitamine C provitamine A, kalium, calcium en enzymen.

Grote weegbree, is een vaste plant die 10 tot 50 cm hoog wordt. De bladeren vormen een platliggende bladrozet. De grote weegbree is gemakkelijk te herkennen aan de nerven die evenwijdig op de bladeren lopen.

De grote weegbree vind je langs wegen, in weides en gazons. Weegbree kan er goed tegen als er op getrapt of overheen gereden wordt.

Weegbree bloeit van mei to november, en vormen daarbij een aar die rolrond is en 10 tot 15cm lang kan worden.

De grote weegbree kan je als ze jong zijn rauw eten. Kook de weegbree als groente of voeg hem toe aan een soep.

Verpulver de bladeren van de weegbree en wrijf dit op insectenbeten, en op brandnetelprikkels om de pijn te verzachten. De verpulverende bladeren hebben ook een wond helende werking.

Paardenbloem, is een vaste plant die veel voorkomt. Er zijn vele soorten paardenbloemen, ze zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden. De paardenbloem bevat melkachtig sap. De bladeren staan in een wortelrozet, zijn langwerpig, gelobd, veer spletig en getand.

Komt voor door vrijwel geheel Europa, bloeien in mei, de zomer en in de herfst opnieuw.

De bladeren en wortels kun je het beste oogsten voordat de plant in bloei komt. De bladeren bevatten vitamine C, provitamine A verder bevatten ze Kalium, Natrium, Mangaan, Koper en Aluminium, de wortels bevatten taraxine ene tannine, de wortels zijn geschikt voor diabetici.

Madeliefje, is een vaste plant die veel voorkomt. De gesteelde bladeren variëren van ovaalvormig tot spatelvormig. Uit het bladrozet groeit een rechte bloemstengel met een enkele bloem. Deze bloemstengel kan wel 20cm lang worden.

Komt voor in vrijwel geheel Europa tot in klein Azië. Komt ook voor in Noord Amerika en Nieuw Zeeland waar hij is geïntroduceerd.

De jonge bladeren zijn te gebruiken als vervanging van spinazie of sla. Bevat vitamine C. De plant kan worden gebruikt om ontstekingen te remmen.

Echte kamille, is een eenjarige plant die 10 tot 40cm hoog kan worden. De plant heeft harige varenachtige bladen die alle kanten op staan, daarboven staan alleenstaande bloemhoofdjes op lange stelen. De bloem bestaat uit een gele schijfbloem met daarbuiten een witte stralenkrans van lintbloemen. Aan het einde van de bloei buigen de witte lintbloemen naar beneden

Komt voor in vrijwel geheel Europa op droge, voedselrijke grond. Dit is bv akkerland en wegbermen.

De bloemhoofden kunnen geplukt worden als de kroonblaadjes gaan hangen. Je kunt de bloemen vers of gedroogd gebruiken om er een kalmerende geurige thee van zetten.

Veldzuring, is een overblijvende plant met een bosje grote langstelige pijlvormige onbehaarde bladeren. Hieruit groeien rechte bloemstengels die 30 tot 100cm hoog kunnen worden. Deze bloemstengels bevatten aan het einden kransen met roodbruine bloemen.

Te vinden door heel Europa op open plekken in bossen, langs bermen en op grasland.

Jonge bladeren, knoppen en de toppen van jonge loten kunnen door de sla gedaan worden. De bladeren kunnen ook gekookt worden als spinazie.

Veldzuring bevordert de spijsvertering.

Schapenzuring, is een vaste plant die 10 tot 60cm hoog wordt. De 3 tot 7 cm lange bladeren lijken op  kleine pijlpunten.

Schapenzuring bloeit vanaf mei tot de herfst met groene of lichtrode pluimen.
De bladeren zijn rijk aan vitamine C (50mg per 100 gram), caroteen, ijzer, mangaan, kalium, silicium en etherische oliën.

Je vindt de schapenzuring op droge zand, heide en veengronden.

Je kunt de verse bladeren fijnhakken en toevoegen aan soepen en salades. Je kunt schapenzuring ook bereiden als spinazie.

Eet schapenzuring niet te vaak en alleen in kleine hoeveelheden, omdat je anders lichamelijke klachten kunt krijgen van het aanwezige oxaalzuur. Je doet er verstandig aan om tijdens het eten van schapenzuring melkproducten te eten of te drinken.

Schapenzuring bevordert de spijsvertering , verbetert de eetlust en bevordert de productie van bloed in het lichaam.
Rozenbottel, is een vlezige vrucht van een roos. Deze rozenbottel is de vrucht van een hondsroos dit is een doornige plant met kromme stengels die wel tot 3 meter hoog kan worden. De bloemen bloeien in juni en juli en zijn roze of wit. De vruchten zijn oranjerood en vind je van augustus tot november.

Te vinden langs wegen, in hagen en tussen struikgewas in Europa, Azië, Zuid-Amerika en Noord-Amerika.

Van rozenbottels kun je jam maken. Ze zijn rijk aan vitamine C ze bevatten wel 20 maal meer vitamine C dan sinaasappels. Verder bevatten rozenbottels ook vitamine A, B1 en B2.

Zevenblad, is een overblijvende plant met kruipende ondergrondse stengels. Zevenblad kan 40 tot 100 cm hoog worden De bladstelen zijn hol en gegroefd. De bloeiperiode is van mei tot juli. De bloemen zijn wit of rozeachtig en hebben hartvormige bloemblaadjes.

Zevenblad wordt gezien als een hardnekkig onkruid. Je vind hem door vrijwel geheel Europa op ruigtes, schaduwrijke bermen en haagwallen..

De jonge bladeren en loten plukken voordat de bloei begint, en deze in weinig water koken en daarna opdienen met wat boter.

Zevenblad bevat mineralen zoals; calcium, magnesium en ijzer. Jonge bladeren bevatten verder veel caroteen en vitamine C (70mg per 100g)

Duizendblad, is een stevige varenachtige overblijvende plant die in groepjes bij elkaar groeit. Ze worden 10 tot 100cm hoog en ruiken sterk. De bladeren zijn groen en veerachtig. De bloemen zijn crème wit of roze.

Te vinden door geheel Europa op akkers en droge weilanden. Hij komt ook in Azië, Australië en nieuw zeeland voor. Ze bloeien van juni tot september.

Pluk de jonge blaadjes aan het begin van de lente en hak ze fijn, voeg ze daarna toe aan soepen, sauzen of omeletten. Gebruik de stengeltoppen voordat de knoppen zich ontwikkelen, gebruik later de bloemen met een korte steel. Gebruik de bloemen vers of gedroogd om er voedsel mee op smaak te brengen ze hebben een licht zoute, peperige smaak. Duizendblad bevat etherische oliën en veel mineralen. De plant is geneeskrachtig en stimuleert de spijsvertering, ook gaat het krampen en ontstekingen tegen. Voeg maar kleine hoeveelheden aan uw eten toe en niet te vaak anders kan er duizeligheid en huidirritatie ontstaan.

Akkerdistel, is een veel voorkomende vederdistel die 60 tot 120 cm hoog kan worden. De stengel is nauwelijks vertakt. De stengel groeit uit een wortelstok. De donkergroene bladeren zijn aan de bovenzijde glad en glanzend aan de onderzijde kunnen de bladeren zilverig wit zijn. Verder zijn de bladeren lancetvormig, gestekeld en gekroesd.

In de bloeitijd komen er meestal meer dan vier bloemhoofdjes waarin lichtpaarse tot witte bloemen komen. De akkerdistel bloeit van juni tot september.

De akkerdistel komt voor op open, vochtige voedselrijke grond. Op weilanden, in bermen en op braakliggende stukken grond.

Pluk de jonge loten en verwijder de stekels. Eet ze rauw door de sla of kook ze als groenten. De wortels kun je schillen en vervolgens bakken of rauw opeten.

Witte klaver, is een overblijvende plant. Uit een wortelstok groeien een zode stengels waaraan per stengel een drietal ovale blaadjes groeien. Op de blaadjes ontstaat een bleke halvemaanvormige vlek.

De bloemen zijn verenigd in hoofdjes en afhankelijk van de klaversoort paars-rood, wit of geel van kleur.

Klaver vind je door heel Europa in graslanden, op paden en langs wegen.

Het jonge blad en de bloemen kunnen van april tot november geoogst worden. De bladeren zijn rauw in salades te gebruik of te koken als spinazie. De bloemen worden gebruikt als smakelijke decoraties in salades. Droog de bloemen om er op een later tijdstip thee van te zetten.

Rode klaver, is een overblijvende plant die 15 tot 50cm hoog kan worden. De stengel is behaard, het blad is samengesteld drietallig.
In het midden van het blad zit een lichte halvemaanvormige vlek. De Rode klaver bloeit van juni tot oktober met bolle tot eivormige, roze tot purperen bloemen.

Je kunt de rode klaver vinden door geheel Europa op graslanden, langs paden en in wegbermen.

Je kunt het jonge blad en de bloemen eten in de salade. Het blad kan gekookt worden als spinazie. Van de gedroogde bloemen kun je thee zetten.

Bosaardbei, is een kleine overblijvende plant. De bladeren bestaan uit drie gezaagde blaadjes die glanzend zijn. De bloemen zijn wit en hebben vijf kroonbladeren. De vruchten zijn sappige aardbeien en vind je van mei tot aan de herfst.

Je vind de bosaardbei in open bossen, aan bosranden en op grasland door geheel Europa.

De bosaardbei is gemakkelijk te verwarren met de schijnaardbei die niet eetbaar is. De bloemen van de schijnaardbei zijn geel en de vruchten zijn niet sappig.

Lampionplant, is een vaste plant die 25-120cm hoog kan worden. De stengels zijn vierkantig en bevatten verspreid staande gesteelde bladeren.

Om de beurt bloeien er 2-3 cm grote witte stervormige bloemen. Tijdens de bloei zijn de kelkbladen 5-8mm lang. Na de bloei groeit de kelk uit tot ze de vrucht omvat, deze vrucht vormt samen met de kelk een 4-5cm grote lampion.

De bloeiperiode loopt van juni tot september.

De plant komt waarschijnlijk uit Zuidoost Europa maar komt tegenwoordig in grote delen van Midden Europa voor. En dit exemplaar vond ik in Nederland langs de bosrand.

De rode vrucht die zich in de lampion bevind kan gegeten worden. De vrucht bevat suikers, citroenzuur, vitamine C, physaline en ijzer.

Let erop dat tijdens het plukken van de vrucht, deze niet in aanraking komt met de lampion. Hierdoor kan de vrucht een bitter smaak krijgen.

Let op!!! De witte stervormige bloemen zijn giftig, contact met de plant kan leiden tot huidirritaties.

De vrucht van de lampionplant bevind zich in de lampion en kan gegeten worden.

Teunisbloem, is een tweejarige plant met een penwortel. In het eerste jaar vormt zich een een laag rozet met wortelbladeren, het tweede jaar vormt zich een tot 1.50 m hoge aar met gele bloemen.

Teunisbloem bloeit van eind juni tot medio Augustus De grote gele bloemen hebben 4 kroonbladeren, die recht of schuin omhoog groeien.

Oorspronkelijk komt de teunisbloem uit Noord-Amerika, maar tegenwoordig vind je hem ook in grote delen van Europa.

Te vinden op wilde grond, langs wegbermen en in de duinen.

De penwortel die in het eerste jaar gevormd worden kun je klaarmaken door ze eerst te schillen en daarna te koken. Tijdens het koken dien je het water een keer te verversen.

De wortels van de andere teunisbloemachtige zijn ook eetbaar.

Het wilgenroosje, is een overblijvende plant die zijn naam dankt aan het feit dat de bladeren lijken op die van de wilg.

Uit het wijdvertakte wortelstelsel groeien rechte vaak roodachtige bladstelen die 20 tot 120 cm hoog kunnen worden. De 4 tot 16cm lange stengelbladeren zijn donkergroen en groeien schuin omhoog.

Het wilgenroosje bloeit van juni tot augustus, er komen dan roze/paarse bloemen die in grote eindstandige aren staan.

Het wilgenroosje vind je door heel Europa in open plekken in het bos, op ruigten en op rotsige plekken. Vooral na een bosbrand laat het wilgenroosje zich snel zien.

Jonge bladeren en jonge scheuten kunnen als groente of in soep gebruikt worden. Maak bij gebruik als groente de scheuten klaar als asperges. Wil je van de bladeren thee zetten laat deze dan eerst in de zon drogen.

Gelijkende soorten zijn niet eetbaar.
Het herderstasje. is een één of tweejarige winterharde plant. Vanuit de wortelrozet met lancetvormige bladeren groeit een grijsgroene rechtopstaande stengel die tot 60cm hoog kan worden. De penvormige wortel is vaak houterig.

Van maart tot september bloeit het herderstasje met witte bloemen, deze staan in een tros.

Het herderstasje ontleend zijn naam aan de hartvormige doosvruchtjes die het model hebben van een tas die herders en boeren in vroegere tijden gebruikten.

Het herderstasje is bijna wereldwijd op braakliggende gronden te vinden, tot op een hoogte van wel 3000 meter.

De jonge rozetblaadjes kunnen gebruikt worden bij de sla of gesmoord in soepen. Je kunt de bladeren ook koken en combineren met andere eetbare planten.

De gewone klit is een twee jarige plant met een lange penwortel. De gewone klit kan 150cm hoog worden. De alternerende ovale donkergroene bladeren hebben een holle steel. De onderzijde van het blad is wollig.

De gewone klit bloeit van juni tot september met paarse bloemhoofdjes.

Klit ontleend zijn naam aan het feit dat de vruchten aan de vacht van dieren en aan de kleding van mensen blijft hangen. Zo wordt de plant wijd verspreid.

Je vindt de gewone klit in bermen, ruigtes langs paden en wegen, in open bossen en langs bosranden door geheel Europa.

Aan het einde zomer van het eerste jaar van de plant kun je de wortels opgraven, schillen en koken en daarna opdienen met wat boter. De jonge bloemstengels kunnen geschild gegeten worden, doe dit voordat de bloemen verschijnen.

De wortelen en bladeren van de grote klit kun je op dezelfde manieren bereiden als die van de gewone klit.

De Daslook, is een vaste plant die tot wel 40cm hoog kan worden. De bol waaruit de bladeren groeien is klein en langwerpig. De donkergroene bladeren zijn breed en speervormig. De stengel van de Daslook is driehoekig.

Vanaf maart vormen zich vaak op schaduwrijke plekken in loofbossen grote velden met daslook , vaak te herkennen aan de knoflookachtige geur die op tientallen meters afstand al te ruiken is. Daslook bloeit van april tot juni. Er ontstaan dan witte bloemetjes die in een stervorm staan, de witte bloemetjes bestaan weer uit 6 witte bloemdekblaadjes.

Je vind Daslook op schaduwrijke, vochtige plaatsen in loofbossen en hagen door in Europa, Noord Azië en in Siberië.

Daslook bevat een etherische olie waar onder andere vitamine C in zit.

Je kunt daslook gebruiken om salades en vis op smaak te brengen, verzamel hiervoor de bovengrondse delen voordat de plant in bloei komt.

De bollen kun je van september tot oktober verzamelen.

Daslook stimuleert de spijsvertering, vermindert spierkrampen en vernietigd darmparasieten.

Daslook heeft een knoflookachtige geur en is mede daardoor te herkennen.

Let op!!! De bladeren van de Daslook lijken heel erg op de bladeren van het Lelietje der dalen, echter is het Lelietje der dalen giftig en kan ernstige hartritmestoornissen veroorzaken.

De Daslook is in Nederland een beschermde plantensoort en mag dus niet in het wild worden geplukt.

Het gewoon speenkruid, is een laagblijvende plant die alleen van maart tot mei groeit. Hij dankt zijn naam aan de vorm van de knolletjes die op een speen lijken.

Speenkruid kan tot 30cm lang worden. De hartvormige bladeren zitten aan het uiteinde van een lange bladsteel. Speenkruid bloeit van maart tot mei, de gele bloemen hebben acht tot twaalf kroonbladeren en drie groene kelkbladeren. Bij slecht weer blijven de bloemen gesloten. Na de bloei sterft het bovengrondse gedeelte van de plant af, terwijl de knolletjes van enkele millimeters grote in leven blijven voor het volgende jaar.

Je vind speenkruid door geheel Europa, langs natte bosranden en vochtige slootkanten. De planten vormen hier vaak een "tapijt", het geheel is vaak niet hoger dan 10cm.

Pluk de bladeren voordat de plant in bloei komt en verwerk ze in salades. De bladeren bevatten veel vitamine C.

Let op!!! pluk de bladeren voordat de plant in bloei komt, tijdens de bloei ontwikkelt de plant giftige stoffen zoals protoanemonine en saponine. Hierdoor zullen de bladeren bitter smaken.

Het boerenwormkruid, is een vaste plant die 60 tot 120cm hoog kan worden, de plant heeft een donkerbruine gekleurde stengel. De bladeren zijn geveerd en getand. De plant heeft een sterke geur en een bittere smaak.

In de maanden juni tot september bloeit het boerenwormkruid met grote trossen gele op knoopjes lijkende bloempjes, het zijn als het ware platte schermen van gele bloempjes.

Je vind boerenwormkruid door geheel europa op droge grond en in bermen.

De bloemetjes en de bladeren kunnen gebruikt worden om er een wormenafdrijvende thee van te zetten. Het blad kun je het beste in april plukken. Of gebruik kleine hoeveelheden van de plant als kruid bij gerechten.

Let op!!! gebruik steeds maar kleine hoeveelheden van de plant want, een te hoge doses kan duizeligheid, krampen en buikpijn veroorzaken. Dit komt door de giftige stof thujon die wormafdrijvend is.
De melganzevoet, is een eenjarige plant die 20 tot 100cm hoog kan worden. De stengel is gegroefd en vaak roodachtig. De ovale tot lancetvormige bladeren zijn vaalgroen. De melganzevoet bloeit van juli tot de herfst, er vormen zich dan kleine groene bloemetjes in trosjes dichte aren.

Je vind de melganzevoet door geheel Europa op grasakkers, boeren erven en braakliggende grond.

Scheuten kunnen rauw door de salade. Jonge lentescheuten kunnen gekookt worden als spinazie of als asperges. De jonge toppen kun je eveneens als spinazie klaarmaken. De zaden kun je tot meel vermalen.

Melganzevoet is rijk aan vitamine A, vitamine C, proteïne en mineralen.
De wilde cichorei, is een overblijvende plant met een lange penwortel. De wilde cichorei bestaat uit een bosje taaie, vertakte stengels die 30-120cm hoog worden. Het blad is is gelobd met een golvende getande rand. De wilde cichorei bloeit van juli tot augustus, met helderblauwe bloemen die in de ochtend open gaan.

Je vind de wilde cichorei door vrijwel geheel Europa langs wegen, op wilde grond en op velden.

Je kunt het blad in het vroege voorjaar verzamelen, en gekookt eten als groente. Je kunt de jonge bladeren ook rauw door de salade doen. De wortels kun je gekookt eten als groente.

Pluk je de bladeren later in het jaar dan krijgen ze een bittere smaak.

De wortels kun je gebruiken als vervanger voor koffie, je moet ze dan wel eerst drogen, roosteren en vermalen.

De wilde cichorei kan gebruikt worden bij maagklachten en verstoppingen.
Hop, is een overblijvende klimplant waarvan de rechtswindende stengels 3 tot 6 meter lang kunnen worden. De bladeren met gezaagde randen, zijn overstaand en bestaan uit 3-5 lobben. Er zijn mannelijk en vrouwelijke hopplanten. We gebruiken alleen de vrouwelijke hopplant, de vrouwelijke bloemen zijn bleke geel/groen kegeltjes met papierachtige schutblaadjes.

Je vind de Hop door geheel Europa in heggen, tussen struikgewas en aan randen van bossen.

Hop wordt gebruikt om er bier van te brouwen. Jonge scheuten en bladeren kunnen door de salade worden verwerkt. Je kunt deze ook koken als groente. (pluk ze niet later dan de maand mei).
Rendiermos, is een groengrijzige struikvormige korstmos. Hij dankt zijn naam aan de holle mergelloze vertakkingen die de vorm hebben van een gewei. Rendiermos kan 5 tot 10 cm hoog worden.

Je vind rendiermos op de toendra, moerassen en op open bosland van, Arctische, sub-Arctische en en op noordelijke gematigde streken.

Rendiermos bevat zuren die de maag kunnen irriteren, je kunt deze zuren neutraliseren door het rendiermos een nacht in het water te laten weken en het daarna goed te koken.

Rendiermos is rijk aan vitamine A en B. Rendiermos vormt een belangrijke voedselbron voor rendieren.
Look zonder look, is een tweejarige plant die naar uien of knoflook ruikt als hij wordt geplet. In het eerste jaar ontstaat er een rozet van langstelige, hartvormige bladeren. In het tweede jaar wordt er een 20-120cm lange stengel gevormd, hieraan zitten hartvormige bladeren. Look zonder look bloeit met witte bloemetjes die bestaan uit 4 kroonbladeren. De vruchten zijn opgerichte vierhoekige peultjes.

Je vindt de look zonder look door geheel Europa op schaduwrijke plaatsen langs bosranden, hagen en bossages.

Het jonge blad geeft als het wordt fijngehakt een lichte knoflook/uiensmaak. Je kunt look zonder look aan salades toevoegen.

Je kunt een aftreksel van de bladeren gebruiken tegen astma en bronchitis. Hiervoor moet je wel eerst de bladeren drogen. Gebruik dan twee theelepels per kopje water laat dit vervolgens vijf uur weken. Breng het geheel even aan de kook brengen en laat het 5 tot 10 minuten trekken alvorens het in te nemen.

Je kunt look zonder look ook als kruidenkompres bij wonden gebruiken.
Klein hoefblad, is een overblijvende plant die behoort tot de naaktbloeiers. De bladeren verschijnen pas na de bloei. De stengels die 20 tot 30cm lang kunnen worden zijn purperkleurig en geschubd, aan het einde van deze stengels ontstaan standige gele bloemen. De bladeren zijn tot aan de bloei beperkt tot kleine groene of rode schubjes langs de stengel. De bladeren kunnen een doorsnede van wel 30cm bereiken en zijn hartvormig en gelobd en ze voelen aan de onderzijde viltig aan.

Klein hoefblad is een van de eerste eetbare plantjes die je na de winter kunt vinden afhankelijk van het weer tussen februari en april.

Je kunt het klein hoefblad door geheel Europa vinden op ruigten, omgewoelde grond, in wegbermen en langs de waterkant.

De jonge bladeren en de bloemknoppen kun je aan de sla toevoegen, Je kan de bladeren ook als spinazie bereiden of toevoegen aan de soep. Je kunt de bladeren plukken vanaf april tot mei.

Klein hoefblad is te gebruiken als medicijn tegen hoesten en verkoudheid.
De Roomse kervel, is een overblijvende plant die 50 tot 120cm hoog kan worden. De twee tot drievoudig geveerde bladeren worden 10 tot 30cm lang. De bovenzijde van het blad is donkergroen en de onderzijde van het blad is zacht behaard en bleekgroen.

Het blad ruikt na het kneuzen sterk naar anijs.

Roomse kervel bloeit van mei tot juli met een scherm van 4 tot 20 behaarde schermstralen. De bloesem is wit en tot 4mm breed.

Je kunt de Roomse kervel vinden in de Westelijke Alpen, de Pyreneeën en de Apennijnen. In Parken en tuinen kun je hem door geheel Europa vinden.

Je kunt de bladeren het gehele jaar door eten, de wortels goed wassen en daarna koken. De vruchten lijken op miniaugurkjes en zijn ca 2,5cm lang en zijn zoetzuur van smaak.

Roomse kervel is een geneeskrachtige plant met een slijmoplossende en een spijsvertering bevorderde werking.
Hiernaast zie je een foto van de vruchten van de roomse kervel.

De 2,5cm lange vruchten zijn groen geribbeld en lijken op mini augurkjes.
Groot Kaasjeskruid, is een plant die 20 tot 120cm hoog kan worden. De ietwat kleverige bladeren zijn gekreukt en hebben wat weg van het blad van de klimop. Groot kaasjeskruid bloeit van juni tot augustus met roze tot paarsgekleurde bloemen, de bloemen hebben een doorsnede van circa 4 cm en hebben 5 bloemblaadjes en zijn generfd met felpaarse strepen.

Groot kaasjeskruid is in Europa wijdverspreid te vinden in bermen, oevers en op woeste grond.

Je kunt de bladeren het beste plukken in de zomermaanden, was de bladeren goed en gooi de bladeren die een bruinige roestkleur hebben of die kleine zwarte insecteneitjes hebben weg.

Kook de bladeren van het groot kaasjeskruid als spinazie, ze zijn behoorlijk kleverig. De kleine kaasjeskruidzaadjes zijn rond en lijken op kleine kaasjes, ze hebben een zachte nootachtige smaak.
Zilverschoon, is een kruipende vaste plant die 10-25cm hoog kan worden. Uit de wortelstokken ontwikkelen zich rozetten en kruipende uitlopers die wel 80cm lang kunnen worden. De bladeren die 20cm lang kunnen worden zijn gesteeld en oneven geveerd en heeft gezaagde randen. De onderzijde van het blad is zilvergrijs en zacht behaard. De plant bloeit van juni tot september met 2 cm grote goudgele bloemen die bestaan uit vijf kroonbladeren.

Je vindt zilverschoon door geheel Europa op kleiachtige grond  in greppels, weilanden en langs wegbermen.

Van april tot juni kun je de bladeren plukken en toevoegen aan een groenteschotels, soepen en salades.
De wortels kun je van maart tot en met september verzamelen, waarna je ze als groente kunt eten.

Zilverschoon kun je gebruiken om de krampen die ontstaan door diarree of menstruatiepijn te verlichten. Vroeger werd een aftreksel van de plant gebruikt om oogontstekingen te behandelen, of als gorgeldrank om kiespijn te verlichten.
Perzikkruid, is een eenjarige plant die behoort tot de Duizendknoopfamilie en kan 20-100cm hoog worden. De groene  lancetvormige bladeren worden ongeveer 10 cm lang, vaak bevindt er zich op de bladeren een donkerbruine of zwarte vlek. Perzikkruid bloeit vanaf juni tot november met roderoze bloemetjes die eindstandige aren vormen.

Perzikkruid is een algemene soort die je vindt op vochtige plekken in bermen, akkers en op open plekken langs de waterkant.

De bladeren van het perzikkruid kun je rauw eten, of gekookt als spinazie.

Ga je perzikkruid koken als spinazie pluk dan ruim voldoende omdat het behoorlijk slinkt.
Adderwortel, is een overblijvende plant. De wortelstokken zijn stevig en kronkelig. De nagenoeg onbehaarde bladeren groeien in bosjes. Adderwortel bloeit van mei tot augustus in dichte einstandige lichtroze aren. De bloemstengels zijn recht en onvertakt en kunnen 20 tot 100cm hoog worden.

Je kunt Adderwortel vinden op zonnige tot iets wat schaduwrijke plekken in vochtige weides, langs sloten en rivieren in grote delen van Europa met uitzondering van Scandinavië en Ierland.

Je kunt de jonge loten van Adderwortel koken en eten als spinazie. De wortels kun je weken en ze vervolgens roosteren.
Bijvoet, is een vaste plant die 50-150cm hoog kan worden. De stengel is vaak roodachtig van kleur. De bladeren zijn afwisselend veerdelig tot diep getand, de bovenzijde van het blad is groen en de onderzijde is grijs of wit behaard. 

Van juni tot oktober bloeit de bijvoet met bruingele eivormige bloemhoodfjes die in een pluim op de stengel staan.

Je vindt bijvoet op stikstofrijke verse grond zoals ruigtes, langs oevers en wegranden.

Je kunt de bladeren vers en gedroogd gebruiken om er thee van te zetten, of om er soepen en stoofgerechten mee op smaak te brengen.

Door de aanwezigheid van Thujon dien je Bijvoet niet in grote hoeveelheden te consumeren, het is ook beter om tijdens de zwangerschap gebruik van Bijvoet te mijden.
Detail van de stengel en de bloemen van Bijvoet.
Wilde peen, is een tweejarige plant die 30-100cm hoog kan worden. In het eerste jaar ontwikkelt de dikke witte penwortel zich, de plant is dan alleen te herkennen aan de 2-3 voudig geveerde bladeren dat we loof noemen. Na de winter start het tweede jaar van de Wilde peen, waarin de plant de in de wortel opgeslagen voedingstoffen gebruikt voor de verdere ontwikkeling. De gegroefde stengel is vaak behaard.

De Wilde peen bloeit van juni tot oktober met 15-30 platte witte schermpjes. Na de bloei buigen de bloemschermen als vogelnestjes naarbinnen, waar de zaadjes kunnen rijpen.

Je vindt de wilde peen in grote delen van West Europa op droge graslanden, weides, bermen, dijken en in de duinen.

Vanaf oktober tot aan de lente kun je de wilde peen oogsten, de wortels hebben zijn te herkennen aan de specifieke wortelgeur die we kennen van de gekweekte wortels uit de supermarkt. In de lente van het tweede jaar worden de wortels houterig waardoor ze niet meer zo smakelijk zijn.

Je kunt de wilde peen gekookt of rauw eten, ze zijn rijk aan caroteen en vitamine B2.

Gekookt kun je de wilde peen als huismiddel gebruiken tegen diarree.
Gewone Brunel (Prunella Vulgaris), is een vaste plant die ook wel bijenkorfje wordt genoemd. Hoewel gewone Brunel vaak laag bij de grond blijft kan de plant wel 60cm hoog worden. De plant heeft een vierkantige stengel en rechtoverstaande langwerpige groene bladeren.

Gewone Brunel bloeit van mei to de herfst met violetkleurige bloemen, de vrucht van de gewone Brunel bestaat uit vier nootjes.

Je kunt Gewone Brunel vinden op vochtige plaatsen in graslanden, langs boswegen en waterkanten in Europa, Noord Amerika en Azië.

De jonge bladerden kun je eten als salade en toevoegen aan soepen of stamppotten. De bladeren smaken ietswat bitter je kunt dit verminderen door ze in een bak met water te wassen.

Je kunt de bladeren trekken in koud water voor een verfrissende drank, met kokend water maak je hier een kruidenthee van die helpt tegen mesntruatieklachten en het vermindert spanningen.
Wilde marjolein, is een licht aromatische vaste plant die 20-80cm hoog kan worden. De bladeren staan tegen over elkaar en hebben een korte steel. De stengel is vaak rijk vertakt. De kleine roze-paarse tweelipigge bloemen groeien aan de toppen van de stelen en aan de langere stelengels uit de bovenste bladoksels.

Je vind wilde marjolein vaak op kalkhoudende grond door heel Europa op grasland, hoge vlaktes en weiden.

De gedroogde en fijngestampte bladeren kun je gebruiken om sauzen, stoofgerechten en pizza's op smaak te brengen.
De verse balderen kun je toevoegen aan salades maar ook om sauzen en stoofgerechten op smaak te brengen.
Van het blad kan je een kalmerende thee zetten.
Pinksterbloem, is een vaste plant die 15-50cm hoog kan worden. Aan de grond groeien de ongepaard, veerdelige bladeren in een rozet.
De bloemen bloeien in het voorjan met wit-roze of violetkleurige bloemen in schermtrossen.

Pinsterbloem vind je in weiden, bossen en oevers op vochtige mineraalrijke grond.

De bladeren en de bloemmen van de pinksterbloem heeft eeen peperachtige smaak. Je kunt hem toevoegen aan kruidenboter. Fijngesneden kun je ze toevoegen aan gebakken aardappelen.
  Kleefkruid,  is een eenjarige plant die 50-180cm hoog kan worden. Hij dankt zijn naam omdat de plant aan kleding en de huid blijft kleven als het in contact met de plant komt. De bladeren staan in kransen van 6-8 bladeren. De bladeren zijn bij de stengel smal en eindigen in een punt, in het midden is het blad op zijn breedst. Waarop een stekeltje zit wat ietwat naar beneden is gericht. De plant bloeit van mei-juni met kleine onopvallend witte tot groen witte bloemen.

Je vind het kleefkruid zowel in de schaduw als de volle zon in bermen, bossen en op landbouwgrond. Kleefkruid groeit vaak tussen brandnetels, dovenetels en fluitenkruid.

Kleefkruid komt op in het voorjaar maar is het gehele jaar door te plukken, tijdens sneeuw en vorstperiodes kun je het kleefkruid vinden terwijl de meeste andere planten allang verdwenen zijn.

Pluk de stengels en bladeren voordat de zaadjes zich hebben ontwikkeld, kook of stoom deze kort om ze als groente te gebruiken.
De jonge scheuten kunnen aan voorjaarssoepen worden toegevoegd.

De zaadjes zijn nadat ze zijn geroosterd als koffie te gebruiken.