Giftige planten en bomen die voorkomen in West Europa
In de gematigde streken zijn er veel meer eetbare dan giftige planten. Er zijn giftige planten die bij aanraking van de huid uitslag en ernstige (huid)irritaties kunnen veroorzaken.

Het eten van giftige planten kan braken, diaree en soms zelfs de dood veroorzaken.

Er zijn giftige planten die qua uiterlijk veel weg hebben van eetbare plantensoorten. Het is daarom belangrijk om te weten hoe de giftige planten eruitzien zodat je ze niet kunt verwarren met eetbare planten. Bij twijfel mag je de plant nooit eten. Voorkomen is beter dan genezen.

Heb je van een giftige plant gegeten zoek dan direct professionele medische hulp en neem bij voorkeur de plant mee zodat de arts de plant kan herkennen en zodoende ook de juiste maatregelen kan nemen. 
Vingerhoedskruid, is een tweejarige plant die 30 tot 150cm hoog kan worden. De plant heeft eironde tot lancetvormige bladeren, deze zijn aan de onderzijde grijs behaard. Op de stengel en de bloemstelen zitten korte zachte haren. De plant bloeit van mei tot oktober, de klokvormige bloemen worden 4 tot 5cm lang. Vingerhoedskruid komt in 3 kleuren voor namelijk roze, wit en lichtpaars.

Je vind de plant in schaduwliggende plekken in de bossen.

Alle delen van de vingerhoedskruid zijn zeer giftig, ze bevatten de stof digoxine. Deze stof wordt gebruikt bij de behandeling van bepaalde hartritmestoornissen.

De vergiftigingsverschijnselen van vingerhoedskruid zijn; lage hartslag, misselijkheid, overgeven, samentrekkingen van het hart die een hartstilstand tot gevolg kan hebben en uiteindelijk de dood.

Het Lelietje der dalen, is een overblijvende plant met een vertakte wortelstok die tot wel 30cm hoog kan worden. Hij is vaak te vinden in groepen bij elkaar. De bladeren staan aan de voet van de bloeistengel en zijn breed, ovaal, lancetvormig en onbehaard.

Vanaf mei tot juni bloeit het Lelietje der dalen met een tros van witte bloemen, deze tros van 6 tot 12 bloemen staat naar één kant gericht. De bloemen die circa 8mm groot zijn hebben een aangename geur.

Van augustus tot september vormen er zich rode besjes in het Lelietje der dalen ter grote van een erwt. Deze rode bes bevat twee blauwe zaden.

Je vind het Lelietje der dalen door geheel Europa in loofbossen, gemengde bossen, tussen struikgewas en op bergweides.

Alle delen van de plant bevatten gifstoffen zoals; digitalisglycosieden, saponine en carotine die kunnen uitwerken op de hartspier.

De vergiftigingsverschijnselen van het Lelietje der dalen zijn; misselijkheid, braken, diarree, sufheid en bij grotere hoeveelheden kunnen er hartritmestoornissen optreden.

De boterbloem, is een meestal overblijvende, kruidachtige plant met heldere gele en soms witte bloemen. Er zijn zo'n 400 soorten die allen giftig zijn. Alle soorten hebben tenminste 5 overlappende glanzende bloemblaadjes. De kern van de bloem is bij witte boterbloemen ook geel.

Je vind boterbloemen over de hele wereld.

Boterbloemen kunnen ernstige ontstekingen aan de ingewanden veroorzaken als ze worden gegeten.

De gewone berenklauw, is een vaste plant die 90 tot 150cm hoog kan worden. De plant is ruw behaard en heeft drievoudig gevinde bladeren. De stengel is kantig en gegroefd. Berenklauw bloeit van juli tot oktober met witte bloemen in veelstralige schermen.

De gewone berenklauw komt veel voor langs dijken, wegen, grasland en in de bossen.

Berenklauw bevat etherische olie met furocoumarinen, als deze stof op de huid komt kan dit onder invloed van zonlicht ontstekingen veroorzaken.

De gevlekte aronskelk, is een overblijvende kruidachtige plant die 20 tot 40 cm hoog kan worden. De bladeren van de gevlekte aronskelk zijn groot en pijlvormig en soms bruin en zwartgevlekt. De wortelstok komt uit in een knolletje die veel zijwortels bevat. De bloeitijd is van april tot mei, de bloem verspreidt een geur die naar rottend vlees ruikt. De bessen zijn rood en giftig.

De gevlekte aronskelk is een zeldzame plant die voorkomt in vruchtbare en vochtige loofbossen. In Zuid-Limburg komt hij geregeld voor.

De plant is in zijn geheel giftig. Het eten van de rode besjes kan ernstige spijsverteringsstoornissen veroorzaken.

Hulst, is een altijd groenblijvende loofboom die langzaam groeit en wel 10 meter hoog kan worden. De bladeren zijn leerachtig, getand en voorzien van stekels. Hulst bloeit van mei tot juni. In de herfst ontstaan er rode besjes die 6 tot 10mm groot zijn. Deze besjes zijn voor de mens giftig.

Hulst komt voor in de Benelux in bossen waar beuken en eikenbomen staan.

Taxus, is een altijd groenblijvende struik/boom die langzaam groeit en wel 15 meter hoog kan worden.
De schors van een jonge boom is doorgaans roodbruin en glad, oudere bomen hebben grijsbruine schors die schilfert. De puntige zachte naalden zijn ca. 2mm breed en zo'n 20-30mm lang. de bovenzijde van de naalden zijn glanzend groen en de onderzijde mat lichtgroen. De bekervormige schijnvrucht die een grote heeft van een erwt ontstaat in augustus.

De Taxus vind je in Europa in loofbossen, tuinen en parken.

Alle delen van de taxus bevatten het dodelijk giftige taxine.
Jakobskruid, is een tweejarige plant die een krans heeft van gele straalbloempjes.

Zowel het blad als de bloem van het jakobskruid is giftig voor de mens en voor de meeste zoogdieren, dit komt omdat deze zestien verschillende alkaloïden bevatten. De bloemen bevatten twee keer zoveel gif als de bladeren. Wordt de plant gegeten dan kan de lever hierdoor blijvende schade oplopen.

Je vind het jacobskruid door geheel Europa in bermen en weilanden.

Raak het jakobskruid niet met de blote hand aan dit kan namelijk een allergische reactie veroorzaken.

Paarden en runderen vermijden het jakobskruid tijdens het grazen, het gevaar zit hem vaak in hooi en kuilvoer waarin delen van het jokobskruid zit.
De rode kamperfoelie, is een sterk vertakte struik die 1 tot 2 meter hoog kan worden. De ouder takken zijn hol en hebben daardoor een botachtige vorm. De 2 tot 6 cm lange bladeren zijn tegenoverstaand, behaard en breed eivormig.

De rode kamperfoelie bloeit van mei tot juni met 8 tot 15mm grote geelachtige tot witte bloemen. De bloemkroon is aan de buitenzijde viltig behaard. In de nazomer ontstaan er lichtrode glanzende bessen die voor de mens giftig is.

De rode kamperfoelie vind je op vochtige grond door geheel Europa aan bosranden van loof en gemengde bossen.

De bessen zijn giftig omdat deze xylosteïne en looistoffen bevat.

De vergiftigingsverschijnselen zijn heftige buikpijn, braken, diarree, wijde pupillen en een rood gezicht.
Het boerenwormkruid is een vaste plant die 60 tot 120cm hoog kan worden, de plant heeft een donkerbruine gekleurde stengel. De bladeren zijn geveerd en getand. De plant heeft een sterke geur en een bittere smaak.

In de maanden juni tot september bloeit het boerenwormkruid met grote trossen gele op knoopjes lijkende bloempjes, het zijn als het ware platte schermen van gele bloempjes.

Je vind boerenwormkruid door geheel europa op droge grond en in bermen.

De bloemetjes en de bladeren kunnen gebruikt worden om er een wormenafdrijvende thee van te zetten. Het blad kun je het beste in april plukken. Of gebruik kleine hoeveelheden van de plant als kruid bij gerechten.
Let op!!! gebruik steeds maar kleine hoeveelheden van de plant want, een te hoge doses kan duizeligheid, krampen en buikpijn veroorzaken. Dit komt door de giftige stof thujon die wormafdrijvend is.
De doornappel, is een stevige eenjarige plant die 30 tot 90cm hoog kan worden. De ovale bladeren zijn rafelig en getand.

Hij bloeit van juni tot september, de trompet vormige bloemen zijn wit tot licht violet van kleur en hebben vijf zijdes. Vanaf augustus tot in oktober verschijnen er stekelige vruchten die van groen naar bruin verkleuren.

Je vind de doornappel in Europa en Amerika op mesthopen, bouwgrond, bosranden, wijnhellingen en op stortplaatsen.

De doornappel komt ook voor in de tropen.

Alle delen van de plant bevatten de giftige alkaloïden L-hyoscyamine, atropine en L-scopolamine.

De voornaamset vergiftigingsverschijnselen zijn een hete droge rode huid, verwijde pupillen, zeer droge mond, hartritmestoornissen, slapeloosheid, hallucinaties en krampaanvallen.

Heb je delen van deze plant gegeten zoek dan direct medische hulp.

Indianen gebruikten deze plant om hallucinaties op te wekken, dit kan een dodelijke afloop hebben.
De maretak, is een altijd groene struik die parasiteert op loofbomen. De maretak is meestal rond en bestaat uit vorkachtige takjes. De geelgroene bladeren zijn tongvormig en hebben een lengte van ca. 5cm en een breedte van 1cm.

De maretak bloeit van maart tot mei met piepkleine gelige bloesem. De witte bessen ter grote van een erwt zijn te vinden vanaf het najaar tot het voorjaar.

De maretak kun je vinden door geheel Europa op verschillende loofbomen zoals; populieren, wilgen, berken, haagbeuken, kastanjes en fruitbomen. Ze hebben een voorkeur voor appelbomen.

Een maretak maakt gebruikt van vogels voor de verspreiding van het zaad. Een vogel eet van de besjes, het zaad wat in de besjes zit wordt niet verteerd en beland via de uitwerpselen tussen de takken van een boom. Hier ontkiemt het zaad en wordt het een maretak.

In de bladeren en stengels zitten giftige eiwitmengels waaronder
viscostoxine. De zaden bavatten eveneens gifstoffen. De giftige stoffen hebben vooral hun uitwerking op het maag en darmslijmvlies.

De voornaamste vergiftigingsverschijnselen zijn darmkrampen, braken en bloed bij de ontlasting.
De Gelderse roos, is een dichte wilde struik met licht hangende takken die tot 4 meter hoog kan worden. De tot 10cm lange en 8cm brede gelobde bladeren staan tegenover elkaar en hebben een steeltje van 2 tot 3 cm. De bladeren hebben 3 tot 5 lobben. In de herfst kleuren de bladeren rood.

De Gelderse roos bloeit van mei tot juni met witte bloesem in brede schermpluimen, aan de buitenzijde grote tot 25mm brede bloemen aan de binnenzijde kleine witte tot 4mm brede bloemetjes. Vanaf augustus ontstaan er trosjes met hangende giftige rode besjes.

Je vind de Gelderse roos in Europa, Noord Afrika en in Noord en West Azië, in de halfschaduw van vochtige bosgronden, beekoevers, akkerland, langs bermen en in tuinen en parken.

Vogels en kleine zoogdieren eten de vruchten liever niet waardoor ze vaak tot het volgende voorjaar aan de struik blijven zitten. Voor mensen zijn de lekker uitziende vruchten licht giftig en dus oneetbaar. De bessen bevatten de giftige stoffen cumarine, diterpeen en glycoside.

De voornaamste vergiftigingsverschijnselen zijn hevige klachten aan het spijsverteringsorgaan.
De Witte Acacia, is een boom die tot 20 meter hoog kan worden. De samengestelde bladeren zijn oneven geveerd. De groene blaadjes zijn langwerpig en eirond, de onderzijde van de blaadjes zijn grijsgroen.

De Witte Acacia bloeit in de maanden mei-juni met witte hangende bloemtrossen, de bloemen hebben een aangename geur. In de maanden oktober-november ontstaan er niervormige hangende peulen, deze zullen uiteindelijk in februari vanzelf uitvallen.

Je vind de Witte Acacia in Noord-Amerika in geheel Europa is hij aangeplant en vervolgens verwilderd.

Alle delen van de boom bevatten een
lectinemengsel, dat weefsel kan vernietigen.

De voornaamste vergiftigingsverschijnselen zijn; misselijkheid, braken, buikpijn en diarree. Er zijn paarden en runderen overleden door het eten van de schors.

Heb je delen van de Witte Acacia gegeten bezoek dan een arts.
De Bosanemoon, is één van de eerste voorjaarsbloeiers. De bosanemoon wordt 10-20 cm hoog.

De bosanemoon bloeit van maart tot mei, aan iedere bloemstengel komt één witte of lichtroze gekleurde bloem.

Je vindt de bosanemoon in Centraal en West-Europa onder struikgewas in loof en gemengde bossen, maar ook op en nabij vochtige weilanden.

Alle plantendelen bevatten de gifstoffen Protoanemonine en anemonine.

De voornaamste vergiftigingsverschijnselen na het eten van grotere hoeveelheden zijn; braken, diarree en bloed in de urine. Er is een geval bekend waar een volwassen persoon stierf nadat hij 30 verse bosanemoon planten had gegeten.

Heb je delen van de bosanemoon gegeten bezoek dan een arts.