Vis en vlees conserveren door deze te drogen

Je kunt vis en vlees conserveren door deze te drogen. Dit kan door zowel door de zon als de wind, een combinatie van beide is echter ook mogelijk. Maar in de meeste gebieden is het klimaat hiervoor niet gunstig genoeg en zul je de natuur een handje moeten helpen, dit kan door een rookwigwam te bouwen.

Door vis of vlees boven een vuur te roken zal het grootste gedeelte van het aanwezige vocht hieruit verdwijnen, hierdoor zal de omvang en het gewicht afnemen terwijl de voedingswaarde nagenoeg gelijk blijft. Een ander bijkomend voordeel van het roken van vis en vlees is dat er een beschermend laagje op het vlees ontstaat.

Voordat je vis gaat roken dien je eerst je rookwigwam te maken en het vuurtje aan te leggen. Heb je dit klaar dan kun je de vis doden, slachten en fileren in dunne plakjes die niet dikker mogen zijn dan 6mm.

Zoek drie bij voorkeur groene takken van circa 120cm lang en maak hiervan een wigwam.

Zet de poten ongeveer 60cm uit elkaar, en sjor ten minste 30 cm boven de grond horizontale stokken tussen de poten.

Sjor op deze horizontale stokken een aantal takken, zorg ervoor dat deze takken ten minste 5cm uit elkaar liggen.

Maak een vuurtje maar gebruik hiervoor geen harshoudende of giftige bomen of struiken. Zo voorkom je dat je giftige stoffen via het gedroogde vlees binnenkrijgt.

Eiken en beukenhout zijn ideale houtsoorten om vis en vlees mee te roken.
Als je vuurtje mooi brand kun je de rookwigwam boven het vuur zetten, en de gefileerde vis of vlees over de takjes leggen.
Als de vis of vlees helemaal droog is dan kun je ze bewaren, je kunt vis en vlees na het drogen ook tussen twee stenen vermalen waarna je ze prima kunt verwerken in soepen of stamppotten.