Een dakota of greppelvuur
Een van de meest effectieve vuurtjes om op te koken is een dakotavuur. Een dakotavuur kun je toepassen als je een kuil in de grond kunt graven. Los zand levert echter een probleem op. Een groot voordeel is dat je relatief weinig brandhout nodig hebt en de vlammen die onder de grond zitten zie je niet, verder ontstaat er weinig rook bij een dakotavuur.
Hierlangs zie je een zijaanzicht van een dakotavuur.

Graaf twee 30cm diepe kuilen met een doorsnede van ongeveer 20cm, zorg ervoor dat je tussen de twee kuilen een ruimte houd van ongeveer 25cm. Vervolgens graaf je aan de onderzijde van de twee kuilen een tunnel.

Sprokkel hout bij elkaar en maak een vuurtje in één van de twee kuilen, plaats vervolgens twee groene takken boven op het gat waar het vuurtje zich bevind. (hier komt je pan op te staan)

Het andere gat mag niet worden afgedekt, hier wordt de verbrandingslucht voor het vuur aangezogen.

Hierlangs zie je een praktijkvoorbeeld van een dakotavuur. Het zand wat uit twee kuilen komt hebben we als windscherm rond het pannetje gebruikt. Op deze manier gaat er nog minder warmte verloren en is je dakotavuur nog effectiever.
Een variant op het dakotavuur is een greppelvuur, deze maak je in een greppel of in een slootkant. Je graaft nu aan de bovenzijde van de greppel of sloot een 30cm diep gat met een doorsnede van ongeveer 20cm. Vervolgens maak je een verbinding die de greppel met het gat verbindt.

Om een hoog rendement uit een greppelvuur te halen die je de luchtopening zo te maken dat hij pal in de wind staat, zo wordt het vuur extra hard aangewakkerd.